ECLI:NL:RVS:2018:1900
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij afzonderlijke besluiten van 28 maart 2018 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 april 2018 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Daarom werd bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgen recht op opvang en verstrekkingen gedurende die periode.