ECLI:NL:RVS:2018:1911
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit en inbewaringstelling vreemdeling met ingetrokken asielverzoek
De staatssecretaris heeft op 29 december 2017 een terugkeerbesluit genomen, een inreisverbod uitgevaardigd en de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld nadat deze illegaal vanuit Frankrijk naar Nederland was gereisd en geen asielaanvraag in Nederland wilde indienen.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de vreemdeling bewust heeft afgezien van zijn asielaanvraag in Nederland en daarmee zijn eerdere asielverzoek in Frankrijk heeft ingetrokken.
De Raad stelt dat de staatssecretaris terecht de terugkeerprocedure heeft toegepast in plaats van een overdracht op grond van de Dublinverordening. Verder is geoordeeld dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verbleef, omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden van de Schengengrenscode en dat er voldoende gronden waren voor de inbewaringstelling.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.