ECLI:NL:RVS:2018:1919
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering verblijfsvergunning na vernietiging besluit rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 mei 2015 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na bezwaar verleende de staatssecretaris op 23 augustus 2017 gedeeltelijk de vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om een verblijfsvergunning zonder beperking te verlenen met ingang van 1 oktober 2015.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe.
Hierdoor hoeft de staatssecretaris voorlopig geen uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank, totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft voorlopig geen uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank.