ECLI:NL:RVS:2018:1920
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris buiten behandeling gesteld en het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 juni 2018 het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Hierbij werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing sluit aan bij eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 20 december 2016, en waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure beschermd wordt tegen uitzetting.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.