ECLI:NL:RVS:2018:1976
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 12 januari 2018 verklaarde de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen vier weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de staatssecretaris verplicht is de vergunning te verlenen en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook stelde de staatssecretaris niet dat uitvoering een onevenredige inspanning vergt. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.