ECLI:NL:RVS:2018:1978
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris op 18 december 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 18 mei 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €501,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand verleend door een derde.
De beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, met name de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De uitspraak werd op 13 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.