ECLI:NL:RVS:2018:1979
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 18 december 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze afwijzing op 18 mei 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Deze voorziet in het niet-uitzetten van de vreemdeling totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De staatssecretaris werd daarnaast veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek heeft gemaakt, een bedrag van €501,00. De uitspraak werd gedaan op 13 juni 2018 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.