ECLI:NL:RVS:2018:1980
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 26 januari 2017 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft deze besluiten op 25 april 2018 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van de voorlopige voorziening, mede gelet op de wettelijke termijn van zes maanden waarbinnen nieuwe besluiten moeten worden genomen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €501,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.