ECLI:NL:RVS:2018:1984
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 2 oktober 2015 een boete van €72.000 op aan verzoekster wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €48.000. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster gegrond en stelde de boete vast op €45.500.
Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de invordering van de boete op te schorten. Zij stelde dat zij de boete niet kon betalen en dat invordering het voortbestaan van haar onderneming zou bedreigen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende inzicht had gegeven in haar financiële situatie, ondanks overgelegde jaarrekeningen en verzoeken om aanvullende informatie. De staatssecretaris bood aan een betalingsregeling aan te bieden. Gezien deze omstandigheden was er geen spoedeisend belang voor opschorting van de boete.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.