ECLI:NL:RVS:2018:199
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningplicht voor grondwateronttrekking met WKO-installatie in Gorinchem
Poort6 exploiteert een gezondheidscentrum te Gorinchem met een WKO-installatie voor warmte-koudeopslag die grondwater onttrekt en terugbrengt binnen het eerste watervoerende pakket. Het college verleende een vergunning voor drie jaar, nadat was vastgesteld dat de installatie zonder vergunning in gebruik was genomen. Poort6 betoogde dat er geen vergunningplicht gold omdat het water slechts binnen de bodem werd verplaatst en de installatie al legaal was aangelegd onder de oude regelgeving.
De Raad van State oordeelde dat de Waterwet vergunningplichtig is voor dergelijke onttrekkingen, ook als het grondwater binnen het watervoerende pakket blijft en dat temperatuurverschillen de kwaliteit van het grondwater kunnen beïnvloeden. Verder is geen overgangsrecht van toepassing voor bestaande niet-gemelde onttrekkingen, waardoor de vergunningplicht geldt. Het college mocht het beleid toepassen dat vergunningen voor het eerste watervoerende pakket slechts tijdelijk worden verleend in afwachting van een bodemenergieplan.
Poort6 stelde dat het college onredelijk handelde door de vergunning slechts tijdelijk te verlenen en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Raad van State vond dat het college terecht het beleid volgde om het eerste watervoerende pakket te beschermen en dat de tijdelijke vergunning voldoende gelegenheid biedt om alternatieven te realiseren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Poort6 wordt ongegrond verklaard en de tijdelijke vergunning van drie jaar wordt bevestigd.