ECLI:NL:RVS:2018:1994
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 23 mei 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 mei 2018 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, waarbij werd verzocht om niet uitgezet te worden voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen, gegrond is. Hierbij werd onder meer verwezen naar een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De voorzieningenrechter besloot daarom dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 18 juni 2018 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.