ECLI:NL:RVS:2018:2011
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beroepskracht-kind-ratio in kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan een kindercentrum een last onder dwangsom en een boete op wegens overtreding van de beroepskracht-kind-ratio. Het betrof de inzet van een persoon die geen salaris ontving maar een uitkering had en via een proefplaatsing werkte. De rechtbank oordeelde dat deze persoon wel als beroepskracht kon worden aangemerkt en vernietigde de besluiten van het college.
Het college stelde in hoger beroep dat de wetgever met de term 'bezoldigd' in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) expliciet onderscheid maakt tussen betaalde beroepskrachten en vrijwilligers, en dat een onbezoldigde proefplaatsing niet voldoet. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het college in het gelijk en oordeelde dat de proefplaatsing niet gelijkgesteld kan worden met een arbeidsovereenkomst en dat de persoon niet als beroepskracht kan worden aangemerkt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de besluiten van het college ongegrond. Het college had toegezegd de besluiten in te trekken bij gegrondverklaring van het hoger beroep, waarna het incidenteel hoger beroep door de wederpartij werd ingetrokken.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat de kwalificatie van beroepskracht in de kinderopvang strikt wordt toegepast en dat bezoldiging een vereiste is voor het voldoen aan de beroepskracht-kind-ratio.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en de beroepen tegen de besluiten van het college zijn ongegrond verklaard.