ECLI:NL:RVS:2018:2026
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.A. Hagen
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij beroep tegen beheerplan Ameland betreffende ganzenoverlast
De zaak betreft een beroep van LTO Noord tegen het beheerplan 'Ameland', vastgesteld door de staatssecretaris van Economische Zaken, de minister van Infrastructuur en Milieu en het college van gedeputeerde staten van Fryslân. Het beheerplan richt zich op Natura 2000-gebieden op Ameland en regelt instandhoudingsmaatregelen conform de Natuurbeschermingswet 1998.
LTO Noord betoogt dat het beheerplan onvoldoende maatregelen bevat om schade door de groeiende ganzenpopulatie aan landbouwgronden te voorkomen. Zij stelt dat het plan tekortschiet in het bieden van oplossingen zoals het creëren van meer foerageergebied om landbouwschade te beperken.
De Raad van State overweegt dat op grond van artikel 39, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 een beroep tegen een beheerplan uitsluitend kan zien op de beschrijvingen van handelingen die het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen en die daardoor zijn uitgezonderd van vergunningplicht. Het beroep van LTO Noord richt zich echter op het deel van het beheerplan dat instandhoudingsmaatregelen betreft, waarvoor geen beroep mogelijk is. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, en het betaalde griffierecht wordt aan LTO Noord terugbetaald. De uitspraak is gedaan door voorzitter Van Diepenbeek en leden Hagen en Van Heijningen op 20 juni 2018.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het beheerplan Ameland.