ECLI:NL:RVS:2018:206
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
De appellant, een 51-jarige man die tijdelijk in een daklozenopvang verblijft, heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een urgentieverklaring op medische gronden aangevraagd. Het college wees dit verzoek af, waarna de rechtbank deze beslissing bevestigde. De appellant stelde dat hij zijn tijdelijke opvang binnenkort moest verlaten en dat hij vanwege zijn financiële situatie geen alternatieve woonruimte kon vinden.
De rechtbank oordeelde dat de appellant ten tijde van het bezwaar nog over een kamer beschikte en dat hij niet zeer binnenkort dakloos zou worden, waardoor geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem. Ook was het volgens de rechtbank redelijk dat appellant zijn huisvestingsprobleem op een andere wijze zou oplossen. Daarnaast werd geoordeeld dat het college de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen, omdat de adviezen van de GGD-arts geen aanwijzingen bevatten voor een levensontwrichtende situatie.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling. De medische adviezen zijn onpartijdig en inzichtelijk opgesteld, en de appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.