ECLI:NL:RVS:2018:2091
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 15 maart 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring niet-ontvankelijk bij uitspraak van 24 april 2018. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State stelde vast dat het hoger beroep tijdig was ingediend en beoordeelde de aangevoerde gronden. Deze voldeden aan de formele vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar boden geen aanleiding tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen vragen opgeworpen die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 22 juni 2018.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen vreemdelingenbewaring.