ECLI:NL:RVS:2018:2107
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding oever- en kadeproject Greonterp-Westhem
Het geschil betreft een vergoeding van schade die appellant stelt te hebben geleden door het oever- en kadeproject Greonterp-Westhem, waarbij landbouwgronden niet konden worden bezaaid en bemest. Het dagelijks bestuur kende een vergoeding toe van €6.388,47, gebaseerd op beleidsregels die forfaitaire tarieven hanteren voor nadeelcompensatie.
Appellant betoogde dat het dagelijks bestuur goedkope, vervuilde grond met onkruidzaden had gebruikt, wat tot extra schade leidde. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van vervuilde grond en dat de schade door onkruidzaden buiten de beleidsregels valt. De Raad van State bevestigt dit oordeel, waarbij het dagelijks bestuur aannemelijk maakte dat alleen schone grond met keuringsrapporten werd gebruikt.
Het incidenteel hoger beroep van het dagelijks bestuur was gericht tegen een passage in de rechtbankuitspraak die stelde dat het waterschap vervuilde grond had gebruikt. De Raad van State verklaart dit incidenteel beroep gegrond en bevestigt daarmee dat deze passage onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond, het incidenteel hoger beroep van het dagelijks bestuur gegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het dagelijks bestuur gegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.