ECLI:NL:RVS:2018:2110
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing subsidie lerarenbeurs wegens overschrijding indieningstermijn
Appellant, een eerstegraads gymdocent die een masteropleiding volgde, vroeg voor het studiejaar 2016-2017 een lerarenbeurs aan. De minister wees deze aanvraag af omdat deze buiten de wettelijke indieningstermijn was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Regeling lerarenbeurs duidelijk voorschrijft dat aanvragen binnen de termijn van 1 april tot en met 30 juni moeten worden ingediend, en dat de minister aanvragen buiten die termijn mag afwijzen. Echter, appellant stelde dat de minister ten onrechte de hardheidsclausule niet toepaste, terwijl hij door ernstige ziekte van zijn vrouw en de zorg voor het gezin niet tijdig kon indienen.
De Afdeling stelde vast dat de persoonlijke omstandigheden van appellant, ondersteund door medische stukken, een bijzondere situatie vormen die de toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De minister had deze omstandigheden moeten meewegen. De Afdeling vernietigde het besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen, waarbij alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de subsidie lerarenbeurs wegens overschrijding van de indieningstermijn is vernietigd en de minister is opgedragen een nieuw besluit te nemen.