ECLI:NL:RVS:2018:2120
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- D.A.C. Slump
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering toekenning Huishoudelijke Hulp Toelage aan gemeenten Renkum en Rheden
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport had aan de gemeenten Renkum en Rheden een Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) toegekend voor 2015 en 2016, maar weigerde extra middelen toe te kennen omdat de aanvragen volgens hem niet tijdig waren ingediend. De gemeenten stelden bezwaar in, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Gelderland oordeelde dat de brieven van de staatssecretaris wel besluiten bevatten en dat de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard. De rechtbank vernietigde de besluiten en beval nieuwe besluitvorming.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de staatssecretaris formeel niet bevoegd is tot het vaststellen van decentralisatie-uitkeringen zoals de HHT, omdat deze bevoegdheid bij de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën ligt. Desondanks oordeelde de Afdeling dat de brieven van 8 en 20 januari 2015 wel besluiten bevatten op basis van een gepretendeerde bevoegdheid, waardoor bezwaar mogelijk is. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard hadden mogen worden.
De Afdeling benadrukte dat de staatssecretaris de bezwaarschriften had moeten doorzenden naar de bevoegde ministers voor inhoudelijke behandeling, wat niet was gebeurd. De eerdere opdracht van de rechtbank aan de staatssecretaris om nieuwe besluiten te nemen werd vernietigd. De Afdeling bevestigde verder de vernietiging van de besluiten op bezwaar en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak verduidelijkt de grenzen van de bevoegdheid van de staatssecretaris bij het toekennen van decentralisatie-uitkeringen en de noodzaak van correcte rechtsbescherming bij besluitvorming over de HHT.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de opdracht tot nieuwe besluitvorming wordt vernietigd, waarbij de staatssecretaris de bezwaarschriften moet doorzenden aan de bevoegde ministers.