ECLI:NL:RVS:2018:2128
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan woonbestemming bevestigd na matiging
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 26 april 2016 een bestuurlijke boete van €10.250 op aan appellant wegens het onttrekken van een woning aan de woonbestemming, nadat in de woning een hennepkwekerij was aangetroffen.
Na bezwaar matigde het college de boete op 8 juni 2017 tot €2.360 vanwege de beperkte financiële draagkracht van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit gegrond en vernietigde dit, maar wees het beroep tegen de matiging af.
Appellant stelde in incidenteel hoger beroep dat hij de boete niet kon betalen vanwege een bijstandsuitkering en schulden, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden niet nieuw waren en reeds in de matiging waren betrokken.
Het college stelde hoger beroep in tegen de proceskostenveroordeling opgelegd door de rechtbank, omdat appellant pas laat financiële gegevens overhandigde. De Afdeling vernietigde de proceskostenveroordeling en bevestigde de rest van het vonnis.
De bestuurlijke boete blijft gehandhaafd op €2.360, en het incidenteel hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €2.360 wordt bevestigd en de proceskostenveroordeling tegen het college wordt vernietigd.