ECLI:NL:RVS:2018:214
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning en rechtsgevolg niet tijdig beslissen
RetailPlan stelde bij brief van 17 december 2015 het college van burgemeester en wethouders van Appingedam op de hoogte van haar wens om winkelpanden op het Woonplein te gebruiken voor reguliere detailhandel, en verzocht om een omgevingsvergunning. Het college besloot niet tijdig op dit verzoek, waarna RetailPlan beroep instelde tegen het niet tijdig bekendmaken van een vergunning die volgens haar van rechtswege was verleend.
De rechtbank oordeelde dat de brief niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro kon worden aangemerkt, omdat niet eenduidig en ondubbelzinnig was kenbaar gemaakt dat een aanvraag werd ingediend. De brief bevatte onvoldoende concrete gegevens over het beoogde gebruik en de betrokken panden, en eindigde met een verzoek om een gesprek, wat wijst op een informele benadering.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en overwoog dat het ontbreken van gebruik van het Omgevingsloket of het voorgeschreven formulier niet doorslaggevend is, maar wel in samenhang met de overige omstandigheden tot het oordeel leidt dat geen aanvraag is gedaan. Hierdoor is geen omgevingsvergunning van rechtswege verleend en faalt het beroep van RetailPlan. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de brief van RetailPlan geen geldige aanvraag was en dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is verleend.