ECLI:NL:RVS:2018:2141
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening kinderopvangtoeslag 2011 wegens ontbreken inkomen uit arbeid
Appellante heeft in 2011 kinderopvangtoeslag aangevraagd voor de opvang van haar kinderen bij twee kindercentra. De Belastingdienst/Toeslagen heeft na diverse herzieningen de toeslag definitief vastgesteld op nihil omdat appellante geen inkomen uit arbeid had. Een verzoek om herziening van dit besluit werd afgewezen en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante dat de Belastingdienst niet bevoegd was het besluit ambtshalve ten nadele te herzien en dat zij wel inkomen uit arbeid had genoten doordat zij aandelen ontving voor werkzaamheden. De Raad van State oordeelt dat de beoordeling van het herzieningsverzoek beperkt is tot de vraag of het vastgestelde bedrag juist is en dat appellante tegen het eerdere bezwaar had kunnen procederen.
Verder stelt de Raad dat de Belastingdienst terecht is uitgegaan van de definitieve inkomensgegevens van de belastingaanslag 2011 en dat de overgelegde notariële akte onvoldoende bewijs levert dat appellante aandelen ontving voor arbeid in 2011. Daarom is appellante niet aan te merken als ondernemer met inkomen uit arbeid in dat jaar en heeft zij geen recht op kinderopvangtoeslag. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.