ECLI:NL:RVS:2018:2148
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 19 april 2018 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 24 mei 2018 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde. De voorlopige voorziening bepaalt dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.