ECLI:NL:RVS:2018:2149

Raad van State

Datum uitspraak
28 juni 2018
Publicatiedatum
28 juni 2018
Zaaknummer
201707909/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen evenementenvergunning Decibel Outdoor

De burgemeester heeft op 9 augustus 2017 een evenementenvergunning verleend aan B2S B.V. voor het evenement Decibel Outdoor 2017. Verzoeker heeft tegen deze vergunning bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 juni 2018. Verzoeker wilde dat de voorzieningenrechter ruim vóór de volgende editie van het evenement een oordeel zou geven over de vergunning van 2017, omdat dit van belang zou zijn voor de vergunning voor 2018. Echter, de termijn om zienswijzen in te dienen tegen de ontwerp-vergunning voor 2018 was verstreken en verzoeker had geen zienswijze ingediend, waardoor hij geen beroep kon instellen tegen de vergunning voor 2018.

Hierdoor kon verzoeker niet het beoogde oordeel verkrijgen dat van invloed zou zijn op de vergunning voor 2018. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

201707909/2/A3.
Datum uitspraak: 28 juni 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Oost-, West- en Middelbeers, gemeente Oisterwijk, en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker])
verzoekers,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 15 augustus 2017 in zaken nrs. 17/2246 en 17/2247 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de burgemeester van Hilvarenbeek.
Procesverloop
Bij besluit van 9 augustus 2017 heeft de burgemeester aan B2S B.V. een evenementenvergunning verleend.
Bij uitspraak van 15 augustus 2017 heeft de rechtbank het door [verzoeker]  daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 juni 2018, waar [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M. Morel, zijn verschenen. Verder zijn daar gehoord Beekse Bergen Exploitatie B.V., vertegenwoordigd door mr. M.G.J. Maas-Cooymans, advocaat te Rotterdam, en B2S, vertegenwoordigd door mr. M.L. Diepenhorst, advocaat te Amsterdam.
Overwegingen
1.    De vergunning is verleend voor het evenement Decibel Outdoor 2017. Dat heeft inmiddels plaatsgevonden.
2.    [verzoeker] wil met zijn verzoek om voorlopige voorziening bereiken dat de voorzieningenrechter ruim vóór de volgende editie een oordeel zal geven over de vergunning voor het evenement in 2017, omdat dat oordeel van belang kan zijn voor de vergunning voor 2018.
3.    De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen tegen de ontwerp-vergunning voor het evenement in 2018 is verstreken. [verzoeker] heeft geen zienswijze naar voren gebracht. Hij kan daarom geen beroep instellen tegen de vergunning voor het evenement in 2018. Dit betekent dat [verzoeker] het oordeel van de voorzieningenrechter niet kan inbrengen in een procedure tegen de vergunning voor het evenement in 2018. Hij kan met zijn verzoek om voorlopige voorziening dus niet bereiken wat hij daarmee beoogt.
4.    Onder deze omstandigheden moet het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang.
5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, griffier.
w.g. Troostwijk    w.g. Neuwahl
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2018