ECLI:NL:RVS:2018:2156
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 21 juni 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. In het hogerberoepschrift voerde hij echter grieven aan die niet aan het oorspronkelijke besluit ten grondslag lagen en die ook niet in eerste aanleg waren aangevoerd. Volgens artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moeten grieven in hoger beroep binnen de toetsing van het bestreden besluit blijven en mogen geen nieuwe of gewijzigde argumenten bevatten.
De Raad van State oordeelde dat de grieven van de staatssecretaris niet als geldige grieven konden worden aangemerkt en dat daarmee niet was voldaan aan de vereisten van artikel 85. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €501,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het aanvoeren van nieuwe gronden in hoger beroep.