ECLI:NL:RVS:2018:219
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade door windturbinebestemmingsplan in Oirschot
Appellant is eigenaar van een perceel in Oirschot waartegen hij een tegemoetkoming in planschade heeft aangevraagd wegens waardevermindering door het bestemmingsplan "Windpark Kattenberg-Reedijk" dat de bouw van twee windturbines mogelijk maakt. Het college wees het verzoek af op basis van adviezen van de deskundige Tog, die een waardevermindering binnen het normaal maatschappelijk risico constateerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de taxaties van Tog als objectief en voldoende onderbouwd beschouwde. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met zijn kanttekeningen en aanvullende rapporten, waaronder een rapport van Hoogland en geluidsonderzoeken, en dat Tog niet uitging van de maximale planologische invulling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht mocht uitgaan van de adviezen van Tog, die op objectieve wijze waren onderbouwd en niet onbegrijpelijk waren. De Afdeling verwierp de argumenten van appellant over onder meer de WOZ-waarde, geluidsoverlast en maatschappelijke discussie over gezondheidsrisico's, omdat alleen objectief te verwachten planologische gevolgen relevant zijn. De Afdeling bevestigde het oordeel dat de waardevermindering binnen het normaal maatschappelijk risico valt en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.