ECLI:NL:RVS:2018:2209
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.T.J.M. Jurgens
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtsgeldigheid van van rechtswege verlengde huurovereenkomst visrecht ondanks bezwaar
De zaak betreft het geschil over de verlenging van een huurovereenkomst tussen de vereniging Sportvisserij Zuidwest-Nederland (SZWN) en de Staat der Nederlanden betreffende het schubvis-visrecht op delen van de Amer en de Oude Maas. De Kamer voor de Binnenvisserij had aanvankelijk het verzoek van SZWN om ongewijzigde verlenging toegewezen, maar dit besluit werd later herroepen en het verlengingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de Staat niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst had aangeboden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en bevestigde dat de huurovereenkomst van rechtswege was verlengd.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de Kamer wel bevoegd moest zijn om de van rechtswege verlengde huurovereenkomst te toetsen aan de eisen van doelmatige bevissing. De Afdeling oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn en dat de huurovereenkomst inderdaad van rechtswege is verlengd omdat de Staat de gewijzigde overeenkomst te laat aan SZWN heeft aangeboden. De Afdeling bevestigde dat de Kamer niet bevoegd is om deze van rechtswege verlengde overeenkomst aan een doelmatigheidstoets te onderwerpen, mede gelet op de taakverlichting die het continuatierecht beoogt en de wettelijke systematiek.
De Afdeling verwierp tevens de stelling dat deze uitleg in strijd is met Europees recht, aangezien de Kaderrichtlijn Water geen verplichting tot toetsing van dergelijke overeenkomsten bevat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de huurovereenkomst van rechtswege is verlengd en dat de Kamer niet bevoegd is deze aan een doelmatigheidstoets te onderwerpen.