ECLI:NL:RVS:2018:2223
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen mededeling elektronische indiening Wob-verzoek
De appellant diende op 19 september 2014 een Wob-verzoek per fax in bij de directeur van de gemeentebelastingen van Den Haag. De directeur stelde dat sinds 3 juni 2014 de elektronische weg, waaronder fax en e-mail, niet langer openstond voor het indienen van Wob-verzoeken, waardoor het verzoek niet ontvangen kon worden. De appellant maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de mededeling van 26 maart 2015 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en dus niet voor bezwaar vatbaar. De appellant stelde dat de faxberichten wel waren aangekomen en dat de mededeling wel een besluit was, maar dit werd door de Afdeling verworpen. De directeur had voldoende onderbouwd dat de elektronische weg niet was opengesteld en dat faxapparaten waren ontkoppeld.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen sprake van een besluit waartegen bezwaar en beroep openstond, en er was geen dwangsom verbeurd omdat geen aanvraag was ontvangen. De uitspraak van 15 maart 2017 werd met verbetering van gronden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.