ECLI:NL:RVS:2018:2266
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 december 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 21 juni 2017 gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd over de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling. De staatssecretaris had terecht gesteld dat de vreemdeling onvoldoende had toegelicht waarom hij Irak had verlaten en onvoldoende had gereageerd op vragen over belangrijke gebeurtenissen zoals gesprekken, ondervragingen, mishandeling en bedreigingen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van de staatssecretaris opnieuw. Vervolgens verklaarde zij het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.