ECLI:NL:RVS:2018:2293
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor woninguitbreiding ondanks bezwaar buren over bestemmingsplan en leefklimaat
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 20 oktober 2009 een vergunning voor de uitbreiding van een woning aan de achterzijde op de eerste en tweede bouwlaag, inclusief drie lichtkoepels en een gewijzigde indeling. Na meerdere procedures en besluiten werd de vergunning uiteindelijk op 11 juli 2016 in stand gelaten met een ontheffing van het bestemmingsplan voor de uitbouw op de eerste verdieping.
De buren, appellant A en B, voerden bezwaar aan tegen deze vergunning, met name tegen de uitbreiding op de begane grond en eerste verdieping. Zij stelden dat de rechtbank ten onrechte het gehele kadastrale perceel als één bouwperceel had aangemerkt, terwijl een deel gebruikt wordt door een kinderdagverblijf, waardoor een ander bebouwingspercentage van toepassing zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het kadastrale perceel als één bouwperceel moet worden beschouwd, ook al wordt een deel gebruikt voor andere doeleinden. De oppervlakte buiten het bouwvlak is meer dan 250 m2, waardoor het hogere bebouwingspercentage van toepassing is. Het betoog van appellanten faalde. Daarnaast werd een nieuw betoog over veiligheid van de woning buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de vergunning voor woninguitbreiding.