ECLI:NL:RVS:2018:2298
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade wegens bouwverbod in nieuw bestemmingsplan
Appellante is eigenaar van bedrijfsgebouwen die onder het oude bestemmingsplan voor bedrijfsdoeleinden bestemd waren. Het nieuwe bestemmingsplan kent een uit te werken bestemming voor een woongebied, waardoor de bedrijfsgebouwen leegstaan en verkoop of nieuwbouw niet mogelijk is. Appellante vordert een tegemoetkoming in planschade van € 2.400.000 vanwege waardevermindering.
Het college wees de aanvraag af, gesteund op advies dat de uit te werken bestemming niet in de planschadevergelijking mag worden betrokken zolang geen uitwerkingsplan is vastgesteld. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het bouwverbod in artikel 10, lid 10.3, van het nieuwe bestemmingsplan wel in de vergelijking tussen het oude en nieuwe planologische regime mag worden betrokken, omdat dit bouwverbod niet valt onder de uitzonderingen van artikel 6.1, zesde lid, Wro. Hierdoor is het oordeel van de rechtbank onjuist en wordt het hoger beroep gegrond verklaard. Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van nader deskundigenadvies over de planschade.
De Afdeling legt tevens een proceskostenveroordeling op aan het college en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de tegemoetkoming in planschade.