ECLI:NL:RVS:2018:2329
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor parkeerterrein bij groepsaccommodatie ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas verleende op 4 augustus 2016 een omgevingsvergunning aan [bedrijf A] voor het gebruik van gronden als parkeerterrein, in afwijking van het bestemmingsplan. Omwonenden en belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke aantasting van het woon- en leefklimaat.
De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen van de omwonenden gegrond en vernietigde de besluiten van het college, waarna het college opnieuw op de bezwaren besliste en het aantal parkeerplaatsen aanpaste. Zowel de omwonenden als het college gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het parkeerterrein niet leidt tot een intensivering van het gebruik van de groepsaccommodatie en dat het overgangsrecht van toepassing is op de groepsaccommodatie. Tevens werd geoordeeld dat het college de vergunningverlening voldoende heeft gemotiveerd, onder meer ten aanzien van de parkeerbehoefte en de maatvoering van de parkeerplaatsen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van een van de appellanten niet-ontvankelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De beroepen tegen de besluiten van 19 september 2017 werden ongegrond verklaard, waarmee de omgevingsvergunning in stand bleef.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het bezwaarbesluit en verklaart de beroepen tegen de gewijzigde besluiten ongegrond.