ECLI:NL:RVS:2018:233
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling strijdigheid bouwplan met bestemmingsplan en parkeerregels in Dodewaard
Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het veranderen en herbouwen van een praktijkruimte met fitnesscentrum op een perceel te Dodewaard. Na bezwaar van de naastgelegen eigenaar werd het besluit herroepen en de vergunning geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 gegrond en handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar.
In hoger beroep betoogde appellant sub 1 dat de parkeerbehoefte lager was dan door het college vastgesteld en dat het college van het parkeerbeleid had moeten afwijken vanwege bijzondere omstandigheden. Dit werd door de Afdeling verworpen. Appellant sub 2 stelde dat het gebruik van de fitnessruimte door iedereen in strijd was met de bestemming "Maatschappelijk" en dat het gebruik van een naastgelegen perceel als ontsluitingsweg niet was toegestaan. Ook voerde hij aan dat de parkeerbehoefte hoger was en dat niet aan de bouwverordening werd voldaan.
De Afdeling oordeelde dat het gebruik van de fitnessruimte door iedereen niet binnen de bestemming paste en dat het gebruik van het naastgelegen perceel in strijd was met de woonbestemming. Tevens werd geoordeeld dat de parkeerplaatsen op het terrein van een derde niet meetelden vanwege de beperkte duur van de overeenkomst. De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraken voor zover zij het bouwplan niet in strijd achtte met de bestemming en bevestigde de overige onderdelen. Het college moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 gegrond, en het college moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de strijdigheid van het bouwplan met het bestemmingsplan en parkeerregels.