ECLI:NL:RVS:2018:2330
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling kinderopvangtoeslag 2013-2014 wegens onvoldoende bewijs betaling kosten
Appellante ontving voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2013 en 2014 voor de opvang van haar vier kinderen bij een kinderopvangcentrum waar zij werkzaam was. De Belastingdienst/Toeslagen stelde de voorschotten definitief op nihil omdat niet was gebleken dat alle kosten waren betaald.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep en hoger beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. Appellante voerde onder meer aan dat zij bewijsnood heeft omdat zij geen inzage krijgt in de administratie van haar voormalig werkgever en dat getuigenverklaringen wijzen op een personeelskorting.
De Afdeling oordeelt dat deze verklaringen onvoldoende inzicht geven in de bedragen en perioden van de korting en dat het risico om bewijs te leveren bij appellante ligt. Er waren geen schriftelijke afspraken over de korting en het lag op haar weg een deugdelijke administratie bij te houden.
De Afdeling ziet geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van de kinderopvangtoeslag bevestigd.