ECLI:NL:RVS:2018:2332
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorkeursrecht gemeente Purmerend op perceel De Where
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend heeft op 22 september 2015 een voorlopig voorkeursrecht gevestigd op een perceel in het voormalig bedrijventerrein De Where. De gemeenteraad heeft dit voorkeursrecht op 26 november 2015 voor drie jaar definitief aangewezen. Appellant, eigenaar van het perceel sinds juli 2015, heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten en beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde dat het voorkeursrecht werd gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld, namelijk ter bevoordeling van een derde partij, en dat hij daardoor ernstig werd benadeeld door het opzeggen van een huurovereenkomst met koopoptie. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het voorkeursrecht is ingesteld ter voorkoming van speculatie en ter behoud van regie op de transformatie van het bedrijventerrein naar een woonwijk, zoals vastgelegd in de structuurvisie en het bestemmingsplan Klein Where 2016.
De Afdeling oordeelde dat geen sprake is van bevoordeling van een derde en dat het optierecht van de huurder, indien aan de wettelijke voorwaarden voldaan, voorrang heeft op het voorkeursrecht. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het voorkeursrecht van de gemeente Purmerend bevestigd.