Uitspraak
AFDELING
BIJLAGE
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, ingeval er sprake is van meer werknemers ten aanzien van wie overtredingen zijn begaan, uit de som van het per werknemer vastgestelde boetebedrag.
Raad van State
Het uitzendbureau [appellante] kreeg een bestuurlijke boete van €35.000,- opgelegd wegens vijf keer overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). Dit betrof het niet kunnen overleggen van bescheiden over loon, vakantiebijslag en gewerkte uren over de periode 1 april tot 31 mei 2013.
De Inspectie SZW voerde administratief onderzoek uit, waarbij discrepanties werden vastgesteld tussen urenkaarten en loonstroken, en werknemers verklaarden dat zij geen loonstroken ontvingen en loon contant kregen, met blanco ondertekende kwitanties. De rechtbank mat de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn tot €31.500,-. Het uitzendbureau stelde in hoger beroep dat de urenkaarten correct waren en dat er afspraken waren over verrekening van maaltijden, en dat de Inspectie nader onderzoek had moeten doen.
De Raad van State oordeelde dat het uitzendbureau onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de urenregistratie en loonbetalingen correct waren. De minister hoefde geen nader onderzoek te doen naar aanvullende bescheiden die niet waren verstrekt. Ook was er geen reden om de boete te matigen vanwege verminderde verwijtbaarheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €31.500,- wegens het niet verstrekken van loon- en urenbescheiden.