ECLI:NL:RVS:2018:2348
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- N. Verheij
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste handhaving aanleg geluidswal
Het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens overtreding van de aanlegvergunning voor een geluidswal tussen een recreatiepark en de A31. Appellante stelde dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen het aanbrengen van glooiingen aan de noordzijde van de wal, omdat de Afdeling in een eerdere uitspraak had vastgesteld dat deze glooiingen in overeenstemming met de vergunning waren gerealiseerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vergunning onvoldoende duidelijkheid bood over de contouren aan de noordzijde van de wal, waardoor niet kon worden vastgesteld of de glooiingen binnen de contouren waren aangelegd. Hierdoor mocht het college geen overtreding aan handhaving ten grondslag leggen voor die zijde. Tevens was het college niet bevoegd handhavend op te treden tegen de uitvoering van de zuidzijde en de breedte van de bovenzijde van de wal, omdat de aanleg nog niet voltooid was en de termijn voor voltooiing was verlengd tot 1 januari 2020.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 20 juli 2017 en herroept het besluit van 11 april 2014 voor zover het betrekking heeft op het buiten het vergunde profiel aan de noordzijde aanbrengen van grond boven het maaiveld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd en herroepen voor de noordzijde van de geluidswal.