ECLI:NL:RVS:2018:2406
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel ontvangen zorgtoeslag ondanks bezwaar appellant
De zaak betreft de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag over het jaar 2015 voor appellant, die sinds 2010 in België woont. De Belastingdienst/Toeslagen had in 2014 een voorschot toegekend zonder toepassing van de woonlandfactor, wat later bij de definitieve vaststelling in 2017 werd gecorrigeerd, waardoor een lager bedrag werd vastgesteld en teveel ontvangen voorschotten werden teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, onder meer met het argument dat de woonlandfactor ook in eerdere jaren niet was toegepast en dat er sprake zou moeten zijn van een belangenafweging of hardheidsclausule. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel, stellende dat de wet geen ruimte biedt voor een belangenafweging bij terugvordering en dat aan voorschotten geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend.
Verder oordeelt de Raad van State dat de motivering van het besluit op bezwaar toereikend is en dat de Belastingdienst terecht kon afzien van een hoorzitting wegens kennelijke ongegrondheid van het bezwaar. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel ontvangen zorgtoeslag bevestigd.