ECLI:NL:RVS:2018:2413
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking exploitatievergunning wegens niet-onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling
Kade 100 B.V. kreeg op 9 mei 2016 haar exploitatievergunning ingetrokken door de Kansspelautoriteit (Ksa) vanwege het niet voldoen van haar leidinggevende aan de eisen van zedelijk gedrag, gebaseerd op een niet-onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling uit 2014. De Ksa vond dat de aard van het delict en de kwetsbaarheid van de speelautomatenbranche het intrekken van de vergunning rechtvaardigden. Kade 100 B.V. stelde dat het besluit onvoldoende was onderbouwd, het onschuldvermoeden was geschonden en dat de Ksa had moeten wachten op de definitieve strafrechtelijke uitspraak.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van Kade 100 B.V. ongegrond en oordeelde dat de Ksa terecht artikel 4, eerste lid, onder b, van het Speelautomatenbesluit had toegepast. De rechtbank vond dat het onschuldvermoeden niet was geschonden omdat de Ksa zich niet over de schuldvraag had uitgesproken. Kade 100 B.V. ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat hoewel de Ksa de motivering in eerste aanleg mocht gebruiken, de vrijspraak van de leidinggevende in hoger beroep betekent dat de grondslag van het besluit is komen te vervallen. Hierdoor is er geen aanleiding meer om te concluderen dat de leidinggevende van slecht levensgedrag is. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Ksa. Omdat het intrekkingsbesluit inmiddels was herroepen, hoefde de Ksa geen nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Ksa veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning is vernietigd vanwege vervallen grondslag door vrijspraak in hoger beroep.