ECLI:NL:RVS:2018:2425
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning balkon wegens aantasting privacy en woonklimaat
Appellante vroeg een omgevingsvergunning aan voor het maken van een opening en het aanbrengen van een balkon aan haar appartement in Amsterdam. Het algemeen bestuur weigerde deze vergunning omdat het balkon zou leiden tot een onevenredige aantasting van de privacy en het woon- en leefklimaat van de bewoners van nabijgelegen panden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het balkon zicht zou geven op een werk- en studeerkamer en een badkamer met toilet in het naastgelegen pand, waardoor geluidsoverlast en privacyverlies te verwachten zijn. Het feit dat het balkon in stedelijk gebied ligt met reeds aanwezige balkons en dakterrassen rechtvaardigt volgens de Afdeling niet het verlenen van een vergunning die een verdere aantasting veroorzaakt.
Appellante voerde verder aan dat eerdere vergunningen voor balkons in de buurt een vertrouwensbasis boden en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Afdeling oordeelde dat die eerdere vergunningen onder een ander planologisch regime waren verleend en dat nieuw beleid en bestemmingsplannen een andere afweging rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel faalde daarom eveneens.
Ten slotte werd vastgesteld dat de voorwaardelijke incidentele hoger beroepen van omwonenden niet ontvankelijk waren, omdat zij geen gronden tegen de rechtbankuitspraak bevatten. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.