ECLI:NL:RVS:2018:2431
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen stopzetting aanvullende inkomensvoorziening ouderen
Op 25 februari 2016 maakte appellant bezwaar tegen het besluit van de raad van bestuur om zijn aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) stop te zetten vanwege het bezit van een verhuurde woning in Marokko.
Appellant verzocht om stukken die hij nodig had om bezwaar te maken, maar de raad van bestuur wees dit verzoek af omdat deze stukken op grond van artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) reeds beschikbaar waren. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) recht had op de gevraagde informatie, los van de bezwaarprocedure. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gevraagde stukken deel uitmaken van het persoonlijke dossier van appellant en dat openbaarmaking via de Wob niet aan de orde was.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.