ECLI:NL:RVS:2018:2437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor verbouwing tot appartementen op bedrijventerrein
Op 13 mei 2016 diende appellant een aanvraag in voor legalisatie van de verbouwing van een pand tot drie appartementen op het bedrijventerrein Kreitenmolen. Het college weigerde de omgevingsvergunning omdat bewoning op het bedrijventerrein in strijd is met het bestemmingsplan en om milieutechnische redenen niet wenselijk is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant stelde dat het college ten onrechte de afstand tot omliggende bedrijfspercelen had beoordeeld en dat het college geen rekening had gehouden met de uitsluiting van risicovolle en geluidshinder veroorzakende inrichtingen. Ook verwees hij naar de aanwezigheid van bedrijfswoningen in de omgeving en een koopovereenkomst uit 1996 waarin een bedrijfswoning was toegestaan. De Raad van State oordeelde dat het college terecht oordeelde dat bewoning niet wenselijk is vanwege de korte afstand tot bedrijfsactiviteiten en de richtafstanden die gelden voor categorie 3.2 activiteiten.
De Raad nam mee dat bedrijfswoningen alleen bestemd zijn voor noodzakelijke huisvesting van bedrijfsuitoefenaars, terwijl appellant drie appartementen wilde realiseren. Ook was er geen sprake van concrete toezeggingen vanuit het college die rechtens te honoreren verwachtingen scheppen. Het incidenteel hoger beroep van het college werd verworpen omdat het niet gericht was tegen dragende overwegingen van de uitspraak. De Raad van State bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor verbouwing tot drie appartementen op het bedrijventerrein.