ECLI:NL:RVS:2018:2467
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 mei 2016 aanvragen af voor machtigingen tot voorlopig verblijf voor drie vreemdelingen uit Ghana, kinderen van een referent die in Nederland verblijft. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen en referent gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf B7/3.8.1, waarin wordt vereist dat een biologische vader voldoende invulling geeft aan de relatie met zijn kinderen om een beschermenswaardig gezinsleven aan te nemen, in overeenstemming is met de relevante EU-richtlijnen en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De staatssecretaris heeft terecht geoordeeld dat de referent onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn relatie met de vreemdelingen, gelet op het ontbreken van objectieve bewijzen van samenwoning, financiële ondersteuning en betrokkenheid. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Ook is geoordeeld dat het horen van de vreemdelingen en referent in bezwaar niet verplicht was.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen en referent ongegrond verklaard.