ECLI:NL:RVS:2018:247
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verklaring van geschiktheid na positief urineonderzoek benzodiazepinen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde op 7 maart 2016 een verklaring van geschiktheid af te geven aan de aanvrager vanwege een positieve urinetest op benzodiazepinen, wat volgens een psychiater duidde op actueel misbruik en ongeschiktheid om een motorrijtuig te besturen. De aanvrager betwistte de testuitslag en verzocht om een contra-expertise, maar het urinemonster was vernietigd, waardoor een heronderzoek niet mogelijk was. Een latere urinetest was negatief.
De rechtbank oordeelde dat de aanvrager in bewijsnood verkeerde, die niet voor zijn rekening mocht komen, en vernietigde het besluit van het CBR. Het CBR stelde in hoger beroep dat de aanvrager andere mogelijkheden had om tegenbewijs te leveren, zoals een haaronderzoek, en dat de uitslag van de eerste test gebruikt mocht worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het CBR geen bewijs leverde van de validiteit van haaronderzoek en dat de aanvrager door het vernietigen van het urinemonster feitelijk de mogelijkheid tot contra-expertise was ontnomen. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van het CBR af, waarmee het besluit van de rechtbank Amsterdam werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.