ECLI:NL:RVS:2018:248
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting bewijs en matigingsverzoek
De minister legde appellant een boete op van €16.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vier vreemdelingen zonder de vereiste vergunningen. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €12.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de boete. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat hij niet persoonlijk was gehoord, dat de verklaring van zijn gemachtigde en andere getuigen onrechtmatig waren verkregen en dat de verklaringen van de vreemdelingen onjuist waren. De Raad van State oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om zich uit te laten, dat de verklaringen van de gemachtigde niet als bewijs waren gebruikt en dat de verklaringen van de vreemdelingen, ondersteund door waarnemingen van arbeidsinspecteurs en politie, betrouwbaar waren.
Verder stelde appellant dat de boete gematigd had moeten worden omdat hij geen opdracht tot de werkzaamheden had gegeven. De Raad van State bevestigde dat de rechtbank deze omstandigheid had betrokken bij de beoordeling en dat er geen reden was tot matiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.