ECLI:NL:RVS:2018:2482
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 mei 2018 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 juni 2018 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening moest voorkomen dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank zou hoeven uitvoeren voordat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en achtte het verzoek kennelijk gegrond. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen totdat het hoger beroep is afgerond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 23 juli 2018 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.