ECLI:NL:RVS:2018:25
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek huurtoeslag wegens overschrijding maximale rekenhuur
Appellant vroeg herziening van de huurtoeslag over 2014, nadat de Belastingdienst/Toeslagen zijn verzoek had afgewezen omdat de rekenhuur van zijn woning hoger was dan de maximale grens van €699,48. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant niet woonachtig was op het adres in de relevante periode, maar dat bezwaar deels gegrond was verklaard toen bleek dat hij wel woonachtig was. Desondanks bleef de rekenhuur te hoog en was er geen sprake van een verworven recht zoals bedoeld in artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag (Wht).
Appellant voerde aan dat vanwege de zorg voor zijn dochter en het ontbreken van alternatieve sociale huurwoningen een hardheidsclausule toegepast moest worden, en dat het discriminatieverbod en het belang van zijn minderjarige dochter onvoldoende waren meegewogen. De Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen grond bestaat voor het toekennen van huurtoeslag.
De uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.