ECLI:NL:RVS:2018:2536
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigde asielbesluiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 25 en 28 augustus 2017 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat nader onderzoek nodig is voor de beoordeling van de grieven en dat de belangen van partijen dit verzoek rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe en bepaalde dat de staatssecretaris geen nieuwe besluiten hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuwe besluiten te nemen totdat het hoger beroep is beslist.