ECLI:NL:RVS:2018:255
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Yildiz, griffier, op 24 januari 2018. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de beroepsprocedure en wordt de toegang tot rechtsbijstand financieel erkend.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.