ECLI:NL:RVS:2018:257
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 19 mei 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 7 december 2017. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om te bepalen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, gegrond is. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De staatssecretaris werd veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Yildiz, griffier, op 24 januari 2018. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.