ECLI:NL:RVS:2018:2596
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing onverbindendverklaring artikel Rva 2005
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees een aanvraag van een vreemdeling om opvang af bij besluit van 8 augustus 2017. De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 14 juni 2018 artikel 3, derde lid, aanhef en onder f, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) onverbindend, vernietigde het besluit van het COa en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
Het COa stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen en te bepalen dat het geen nieuw besluit hoeft te nemen zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een algemene schriftelijke reactie zonder in te gaan op zijn persoonlijke situatie.
De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van het COa om artikel 3, derde lid, aanhef en onder f, van de Rva 2005 te kunnen toepassen groter is dan het belang van de vreemdeling bij het niet schorsen van de uitspraak zolang het hoger beroep niet is beslist. Gezien eerdere jurisprudentie werd het verzoek van het COa kennelijk gegrond verklaard en toegewezen.
De voorzieningenrechter schorst de uitspraak van de rechtbank voor zover deze artikel 3, derde lid, aanhef en onder f, onverbindend verklaart en bepaalt dat het COa geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat de Raad van State op het hoger beroep beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst en het COa hoeft geen nieuw besluit te nemen zolang het hoger beroep loopt.